De Europese toegankelijkheidswet in Nederland: wie houdt er toezicht, en waarop?
Sinds 28 juni 2025 gelden in Nederland de toegankelijkheidseisen die voortvloeien uit de Europese toegankelijkheidsakte. De vraag die daarna altijd komt is praktisch: en wie controleert dat dan? Het antwoord is minder eenduidig dan u hoopt, en juist daarom de moeite waard om één keer goed uit te zoeken.
Er is namelijk geen «Toegankelijkheidsautoriteit». Er is ook geen enkele wet die u kunt opzoeken en van kaft tot kaft lezen. Wat er wél is: één implementatiewet die een reeks bestaande wetten heeft gewijzigd, en daardoor zes toezichthouders die elk een stuk van het veld hebben.
In het kort: de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten heeft geen losse wet gemaakt, maar bestaande wetten aangepast. Daardoor volgt het toezicht de bestaande sectorindeling. Voor een gewone webshop is de ACM de relevante toezichthouder.
Waarom er geen «toegankelijkheidswet» te vinden is
Als u zoekt op «Wet toegankelijkheid producten en diensten» vindt u nieuwsberichten, maar geen wettekst met die naam. Dat komt doordat Nederland richtlijn (EU) 2019/882 heeft omgezet via een wijzigingswet: de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten (wetsvoorstel 36380). Die wet voegt de eisen in in wetten die er al waren — de Warenwet voor producten, en de sectorale wetgeving voor diensten.
Dat is geen slordigheid, het is een bewuste keuze: zo hoeft er geen nieuw toezichtsapparaat te worden opgetuigd. Het gevolg voor u is wel dat u uw verplichting niet in één document terugvindt, en dat de vraag «wie handhaaft?» beantwoord wordt door te kijken welk soort dienst u levert.
De verdeling, per soort dienst
Zo ligt het toezicht verdeeld:
- Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) — producten die op de markt worden gebracht: computers, e-readers, betaalterminals, consumentenapparatuur met een digitaal scherm.
- Autoriteit Consument & Markt (ACM) — e-commerce en elektronische communicatiediensten. Dit is de toezichthouder voor de gemiddelde webshop.
- Autoriteit Financiële Markten (AFM) — consumentgerichte bankdiensten en financiële ondernemingen.
- Commissariaat voor de Media — e-books en audiovisuele mediadiensten, inclusief streaming.
- Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) — personenvervoer over de weg, het spoor, door de lucht en over water.
- Inspectie Justitie en Veiligheid — het alarmnummer 112.
Verkoopt u fysieke producten online? Dan kunt u met twee toezichthouders te maken krijgen: de RDI voor het product, de ACM voor de webshop waarin u het verkoopt. Dat zijn twee losse beoordelingen, met verschillende criteria.
Wat een toezichthouder kan doen
De instrumenten zijn de gebruikelijke bestuursrechtelijke: een gesprek of waarschuwing, een last onder dwangsom (u moet iets herstellen, en betaalt per dag of per overtreding als u dat niet doet), en een bestuurlijke boete. Bij producten komen daar de productmaatregelen bij: uit de handel nemen, een verkoopverbod, of terugroepen.
Over bedragen zijn wij bewust terughoudend. Er circuleren op internet allerlei boetebedragen voor «de toegankelijkheidswet» die niet uit één wettekst komen, omdat er niet één wettekst is: elke sectorale wet heeft zijn eigen boetesystematiek en zijn eigen maxima. Wij noemen daarom geen bedrag dat wij niet in de op u toepasselijke wet hebben teruggelezen. Vraagt een leverancier u om een bedrag te vrezen, vraag dan naar het wetsartikel.
Wat wij niet kunnen zeggen: ons is geen openbaar gepubliceerde boete bekend die door een Nederlandse toezichthouder is opgelegd aan een met naam genoemd bedrijf wegens ontoegankelijkheid onder deze regels. Dat betekent niet dat het niet gebeurt of niet gaat gebeuren — het betekent dat wij er geen bron voor hebben, en dat wij het dus niet als verkoopargument gebruiken.
De toon van het eerste jaar
De toezichthouders hebben zich publiekelijk terughoudend opgesteld voor de beginperiode. Het Commissariaat voor de Media vatte de lijn samen als «zacht waar het kan, hard waar het moet»: eerst het gesprek, dan pas het instrumentarium.
Dat is goed nieuws en tegelijk een valkuil. Goed nieuws, omdat een eerste contact met een toezichthouder in de praktijk begint met de vraag wat u aan het doen bent — niet met een boetebeschikking. Een valkuil, omdat «terughoudend handhaven» heel iets anders is dan «de regel geldt nog niet». De verplichting geldt sinds 28 juni 2025 volledig. Wie op dat moment niets deed en nu nog steeds niets doet, heeft straks geen verhaal meer bij de vraag waarom het al meer dan een jaar niet is opgepakt.
Hoe een melding bij u terechtkomt
In de praktijk begint handhaving zelden met een inspectie uit eigen beweging. Het begint met een melding. Consumenten en belangenorganisaties kunnen een ontoegankelijk product of een ontoegankelijke dienst melden via de rijksoverheid en bij de betreffende toezichthouder; belangenorganisaties zoals Ieder(in) verzamelen signalen actief.
Wat dat voor u betekent: uw grootste risico is niet dat een ambtenaar uw checkout gaat testen. Uw grootste risico is de klant die het drie keer probeert, het opgeeft, en het meldt. Die keten is kort.
Daarom is de nuttigste voorbereiding niet juridisch maar organisatorisch: zorg dat er een vindbaar contactpunt voor toegankelijkheid is, dat iemand daar binnen een paar dagen op reageert, en dat u kunt laten zien wat u al hebt hersteld en wat er nog op de lijst staat. Een gedocumenteerd verbeterplan met datums is in een gesprek met een toezichthouder een fundamenteel andere uitgangspositie dan een lege map.
De micro-onderneming: wel een uitzondering, geen vrijbrief
De uitzondering bestaat echt. Diensten geleverd door een micro-onderneming vallen buiten de eisen. Een micro-onderneming heeft minder dan 10 werkzame personen én een jaaromzet of jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro. Beide voorwaarden moeten zijn vervuld.
Twee kanttekeningen. De uitzondering geldt voor diensten, niet voor producten: brengt u producten op de markt, dan helpt uw omvang u niet. En de uitzondering ontslaat u van de wettelijke plicht, niet van de werkelijkheid: een klant die niet kan afrekenen, rekent niet af — ongeacht hoe groot u bent. Wij werkten de drempels met rekenvoorbeelden uit in ons artikel over toegankelijkheid van webshops.
Wat u deze week kunt doen
Vier stappen, in deze volgorde, en geen ervan kost geld:
- Stel vast wie uw toezichthouder is. Voor een webshop is dat de ACM; levert u daarnaast een product, dan komt de RDI erbij. Schrijf het op, zodat u het niet hoeft op te zoeken op het moment dat er een brief ligt.
- Doe zelf de toetsenbordtest. Probeer een bestelling af te ronden zonder muis. De meeste blokkerende problemen komen in tien minuten boven water.
- Publiceer een contactpunt voor toegankelijkheid en spreek intern af wie erop antwoordt en binnen welke termijn.
- Leg vast wat u herstelt, met datum. Niet voor ons, en niet voor de sier — voor het geval dat iemand er ooit naar vraagt.
Wilt u eerst weten hoe groot het probleem eigenlijk is, dan geeft onze gratis scan in een paar minuten een eerlijk voorproefje. Het vervangt geen handmatige audit — geen enkele automatische tool doet dat, en wie beweert van wel verkoopt u iets — maar het scheelt u een week gissen.
Wil je weten hoe je webshop er echt voor staat?
Start de gratis scan. Binnen een paar minuten krijg je een echte voorproef van de toegankelijkheidsproblemen op je site — zonder account, zonder kaart, zonder verplichting.
Start de gratis scan →Bronnen
- Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten (36380) — Eerste Kamer
- Rijksinspectie Digitale Infrastructuur — startdatum en ons toezicht
- Rijksoverheid — toegankelijkheid van producten en diensten verbeterd door de EU-toegankelijkheidsrichtlijn
- Richtlijn (EU) 2019/882 — art. 4, lid 5 (micro-ondernemingen) en art. 32 (overgangsmaatregelen)